VBBM-bedrijfsbezoek aan Herman Oltvoort, Laren Gld.
Op het mooie erf, tussen de bomen met veel vogels, tref ik Herman bij het jongvee. Ik heb gevraagd hoe hij kijkt naar verleden, heden en toekomst, als boer maar ook als VBBM-lid.
Terug in de tijd
Op de vraag wat voor een boer Herman was in 1993 zei hij: “mijn uitganspunt is dat wij zuinig moeten zijn op de wereld”. In die tijd begon Herman en een aantal Larense collega’s aan de mineralenboekhouding. “Ik werd mij bewust van de mineralen verliezen en werd daardoor voorzichtiger met kunstmest. Het ging eigenlijk best wel goed en vanaf die tijd ben ik bewust gaan minderen met krachtvoer en kunstmest. Herman werd uiteindelijk in 2002 biologisch, naar eigen zeggen is dat een lang proces geweest. Toen hij in de omgeving grond wilde huren waar hij geen kunstmest of chemicaliën meer op mocht gebruiken, ging hij om.
Al vanaf begin af aan heeft Herman weinig mest uitgereden, eerst met de zodebemester en daarna bovengronds. “Ik heb nooit meer dan 20m3 uitgereden, dat was mijn gevoel. Te veel in één keer uitrijden, dan wordt het dumpen, dat kan niet goed zijn”.
Zodebemesten
Herman’s leidraad is dat je goed voor de aarde moet zorgen: “Als één van de eersten ben ik gaan zodebemesten, omdat het misschien de oplossing zou kunnen zijn voor het ammoniak probleem. Maar ik ben ook één van de eersten die er weer mee is gestopt”.
Als grootste bezwaren van zodebemesten noemde Herman het gewicht van de machines wat zorgt voor structuurbederf en door te veel mest de grond in te drukken krijg je dode pieren.
In 2006, 2007 en 2008 is Herman aangehouden door de AID, zelfs een keer op 1 april. “Ik dacht even dat iemand een grap met mij uithaalde, maar helaas was dat niet zo, ik moest toch echt voorkomen”. Met als gevolg dat niet alleen de rechter op bezoek wilde komen, maar ook de officier van justitie en anderen vanuit de rechtbank. Gelukkig werd Herman versterkt door de aanwezigheid van andere VBBM-leden. “We hebben de geschiedenis verteld, over onze manier van boeren en we deden een mest-demo. Ik heb 15m3 mest bovengronds uitgereden. Het was helaas zonnig weer, maar ondanks dat rook men de mest, maar het stonk niet”. Als tweede gedeelte van de mest-demo ging de loonwerker Hermans mest uitrijden, 30m3 met de zodebemester. Volgens Herman was dat een eye-opener voor alle aanwezigen: “Dezelfde mest, dezelfde put, maar bovengronds uitgereden rook je niet”.
Rechtzaak
Voorafgaand aan de rechtszaak in 2011 heeft Herman het boek ‘De vliegende geest’ van Jan Willem Erisman gelezen. “Mij is bijgebleven dat de RIVM ammoniak meet over heel Nederland en dat de hoeveelheid ammoniak in de lucht ook met zodebemesten hetzelfde bleef. Wat wel hielp was de varkenspest in 1998, minder vee dus. Ook zei Erisman dat er bij ammoniakemissiemetingen maar 3 dagen wordt gemeten, maar door overmaat stikstof in de grond gaat de plant die overmaat stikstof uitstoten in de navolgende weken via de huidmondjes”. Hieruit concludeerde Herman dat zodebemesten dus niet helpt om ammoniak te verlagen. “Ik had mij goed voorbereid, een kameraad met veel wetenschappelijke kennis vanuit Wageningen hielp met argumenten.” Om een lang verhaal kort te maken: “Ik werd schuldig bevonden maar kreeg geen boete”.
Dit betekende echter niet het einde van de rechtszaak voor Herman. “Ik werd gekort op mijn toeslagrechten met 20%. Ik heb geïnformeerd wat er zou gebeuren als ik weer zou worden aangehouden. Die 20% kon ik nog wel lijden, maar goed … wat als? Dat kon men niet vertellen. Dus tot de ontheffing in 2014 ben ik weer gaan zodebemesten. Toen ik de ontheffing had kon ik weer bovengronds mest uitrijden. Ik weet nog dat het die hele dag regende, ik heb mij strontnat laten regenen, maar ik genoot die dag, wat was dat toch mooi werk!”.
Blik op de toekomst
Herman is ondertussen 68 zonder directe opvolger. “Ik wil niet stoppen. De zoon voelt er niet voor, maar misschien mijn kleinzoon wel, dan kan ik door tot ik 80 ben”. Doordat Herman nu ouder is, staat hij er anders in, zo heeft hij nu een lage kosten bedrijf. “Als je jong bent wil je van alles uitproberen. Dat is natuurlijk niet verkeerd, dat heb ik ook gedaan. De laatste jaren ben ik van 45 naar 35 koeien gegaan om het makkelijker te hebben. Toen ik begon was het bedrijf gemengd met varkens en kippen, daarna alleen koeien en nu koeien met akkerbouw”.
Met het oog op de toekomst spelen er maatschappelijke eisen, hoewel Herman pleit voor grondgebonden landbouw is het van belang dat daar een sociaal beleid achter zit. Daarbij gaat het hier in Nederland steeds over het stikstofprobleem. “Ik ben bang dat we minder vee moeten gaan houden, maar niet op basis van al die berekeneningen. Dat is niet de manier om het te doen, minder soja import zodat er minder bossen worden gekapt in Brazilië. Het is toch raar dat er daar regenwoud wordt gekapt om mineralen te verschepen en dat wij hier een mineralen probleem hebben?”
Daaropvolgend wordt er met name gekeken naar de footprint per liter melk en niet die per hectare. “Ik weet zeker dat wij het beter doen als bio sector zijnde, maar in de Arla-climate-check is het zo dat als ik kunstmest ga gebruiken ik beter uit kom”.
Tot slot, Herman is een boer die zuinig wil zijn op de wereld, zijn gevoel volgt en vanuit daar zijn koers bepaald. “Grootschaligheid neemt toe met alle (technische) toeters en bellen. Ik denk niet dat dat zal verdwijnen in de toekomst, maar ik blijf boeren op mijn manier, een VBBM-boer denkt niet in technische oplossingen maar volgt de natuur”.
